In 1839 zag de Camera Obscura het licht: humoristische schetsen en verhalen naar het leven getekend door Hildebrand. Achter die naam ging een kersverse theoloog schuil, Nicolaas Beets. Als student had hij zijn 'zwarte tijd' gekend en naam gemaakt met tegen de maatschappij rebellerende poëzie als predikant zou hij, bundel na bundel, een breed publiek aan zich binden met gemakkelijk aansprekende gedichten van stichtelijke en huiselijke snit. De jonge en de bedaagde dichter Beets zijn grotendeels in de vergetelheid geraakt. De schrijver van de Camera Obscura vindt echter nog altijd lezers. Ondanks de afstand van ruim anderhalve eeuw geven zij zich graag aan hem gewonnen vanwege de virtuoze losheid van zijn taal (hij trok de taal het zondagspak uit, schreef hijzelf), zijn scherp oog voor het komische detail en de trefzekerheid van zijn karakteriseringen en typeringen.Willem van den Berg is hoogleraar Moderne Nederlandse letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam.Henk Eijssens is hoofd