Dit boek gaat over een bijzondere en onderbelicht gebleven vriendschap uit de kunstgeschiedenis van het Haagse fin de siècle: die tussen kunstenaar Carel de Nerée tot Babberich en schrijver Henri van Booven.'Het mooiste, wat een der allermooiste Hollanders van den laatsten tijd heeft kunnen geven', schrijft de kunstenaar Carel de Nerée tot Babberich (1880-1909) in december 1900. Dat mooiste was Louis Couperus' roman Extaze uit 1892. De Nerée liet zich door Extaze inspireren tot een reeks tekeningen die behoort tot de hoogtepunten van de Nederlandse kunst uit het fin de siècle. Rond 1900 woonde en werkte De Nerée in Den Haag, waar destijds de Art Nouveau meer in zwang was dan in welke Nederlandse stad ook. Zijn allerbeste vriend was de schrijver Henri van Booven (1877-1964), de eerste biograaf Louis Couperus. De Nerée en Van Booven waren bekende verschijningen, dandies, in het uitgaans- en culturele leven van Den Haag. Samen lazen en