Alcoholmisbruik zorgde in de negentiende eeuw, vooral in geïndustrialiseerde gebieden, voor heel wat sociale ellende. De fles betekende voor veel arbeiders een vlucht uit hun gereguleerde bestaan. Een gebrek aan goede leefomstandigheden en voorzieningen op het gebied van cultuur en ontspanning dreef de arbeider weg van huis en naar de kroeg. Niet zelden gaven arbeiders een aanzienlijk deel van het weekloon uit aan drankconsumptie. Hun vrouwen en kinderen werden dientengevolge in leed en ellende ondergedompeld. Drankmisbruik leidde er wel vaker toe dat mannen hun gezin aan de bedelstaf brachten.Socialisten, liberalen, en protestanten, elk ontwikkelden ze in de loop van de negentiende eeuw wel een eigen beweging die de strijd aanbond met het alcoholisme. Moderne drankbestrijders zagen in donkenschap niet langer een individueel maar een maatschappelijk probleem. Wetenschappelijke bestudering van het alcoholisme, strijd voor wettelijke maatregelen en vorming van drankweerorganisaties