De jeugd van Little TreeMa hield het een jaar vol toen pa er niet meer was. Zo kwam ik op mijn vijfde bij Granpa en Granma te wonen.De grootouders van Little Tree, Cherokee-indianen, nemen het jongetje na de begrafenis van zijn moeder liefdevol op in hun huis in de bergen van Oost-Tennessee (Verenigde Staten). Van deze twee oude mensen leert Little Tree dat hij niet alleen de zoon is van zijn ouders, maar ook de zoon van de bergen, de bomen en de zon. Hij leert in de indiaanse traditie te leven: in harmonie met de natuur. Maar helaas wordt hij uit zijn paradijselijke omgeving weggerukt; ook hij kan niet ontsnappen aan de bemoeizucht en hypocrisie van de gevestigde orde. Little Tree moet naar kostschool, waar hij wordt opgevoed door streng-christelijke blanken. Niet alleen het afscheid van zijn grootouders, maar vooral ook het verloop van zijn schooltijd is een aangrijpend verhaal; het is een haarscherpe illustratie van de westerse cultuur, die alle contact met de natuur afwees. De