De lange mars is als een weids fresco waarin kleine familiegeschiedenissen samenvloeien tot een grootse historie over het Spanje van na de burgeroorlog. In een trefzekere, beeldende stijl geeft Chirbes vorm aan zijn personages: zo zijn daar een Galicische boer wiens dorp moet wijken voor een stuwmeer, een schoenpoetser uit Salamanca die beide benen verliest, een straatarme dagloner uit Extremadura en een in ongenade gevallen Republikeinse arts. De oorlog heeft hen tot verliezers gemaakt, en ze leven in de hoop dat hun kinderen een beter lot beschoren zal zijn. Madrid is de stad waar die kinderen elkaar in de jaren zestig ontmoeten en alle draden tezamen komen. Er wordt gelezen, gediscussieerd, naar muziek geluisterd en geprotesteerd. De jongeren willen afstand nemen van hun ouders, de verliezers, maar kunnen slechts met moeite ontsnappen aan de ballast van hun verleden.