In Drenthe, de gemeente Borger, ligt de boerderij van John en Rosa Rooijaards. Ze hebben een zoon Wim, die als opvolger van zijn vader wordt gezien. Wim is een rossige, knappe jongen die bij veel meisjes in zijn omgeving indruk maakt maar, zelf is hij daar niet zoveel mee bezig. André Goeb, een naburige boer vindt Wim wel een geschikte partij voor zijn dochter Sjaan maar, Wim heeft ook voor haar geen aandacht. Wim ontmoet Awar, een kioskverkoper in het Centraal Station in Amsterdam en beiden gaan een vriendschap aan. Awar blijkt een niet onbemiddelde jongen te zijn afkomstig uit een juweliersfamilie die in zijn vrije tijd goede sier maakt. Als Wim een weekendje bij hem logeert en zij zich in het Amsterdamse uitgaansleven storten, krijgen ze te maken met criminelen die een aanslag voorbereiden. Samen met een chemicus hebben zij ook buiten Amsterdam enkele steden op het oog. Nu al, bij de voorbereiding, kost het mensenlevens. Dan is het wachten op de man met de ladder.