'Welke andere beschaving heeft, zo op het oog, zoveel achting voor het spreken getoond? 'Waar is het beter en geëerd'? Waar is het algemener verbreid, radicaler van iedere dwang bevrijd? Toch heb ik de indruk dat deze opvallende verering van het spreken, deze opvallende logofilie, een soort vrees verbergt...een soort doffe angst voor de massa van bewoordingen, voor de opwelling van zoveel uitspraken, voor het gewelddadige, strijdlustige, wanordelijke en gevaarlijke van het spreken, voor het grote onophoudelijke en ordeloze gonzen ervan.