Van wie is de stad? Bouwen lijkt iets van iedereen te zijn, ‘de meest democratische cultuuruiting’, maar is in de praktijk gemonopoliseerd door een kleine groep deskundigen. Weinig is in de praktijk zo onvrij als het bouwen van een woning: van de regels in het bouwbesluit tot het ‘politbureau’ - instanties als welstand en dergelijke die bepalen aan welke esthetische normen gebouwen moeten voldoen. Er is de afgelopen jaren veel over architectuur gepubliceerd in Nederland. Er zijn echter maar weinig overzichten over de verhalen achter de gebouwen: van de ideeën, de idealen, de dogma’s en de machtsspelletjes. Dit boek geeft dit overzicht. Het geeft geen beschrijving van abstracte theorieën maar verhalen vol prikkelende anekdotes uit een bouwpraktijk die verstard is in functionalisme, monofunctionaliteit, eenzijdige stijlkeuze, geldzucht en regelzucht. Maar ook verhalen van mensen die een verandering willen, gedreven bouwers en idealisten die de klant weer centraal willen