De drie verhalen <i>De uitvreter</i>, <i>Titaantjes</i> en <i>Dichtertje</i> werden tijdens het leven van Nescio (pseudoniem van J.H.F. Grönloh) slechts enkele malen herdrukt, de laatste keer samen met het in 1946 verschenen <i>Mene Tekel</i>. Intussen behoren deze vertellingen met de zo eigen relativerende en melancholieke kijk op idealen, hoge verwachtingen en wereldbestormers tot het mooiste uit de schatkamer van de Nederlandse literatuur. <i>Jongens waren we, maar aardige jongens. Al zeg ik ’t zelf. We zijn nu veel wijzer, stakkerig wijs zijn we, behalve Bavink, die mal geworden is. </i>