Een verre streek met een magische naam: Patagonië. Het einde van de wereld, een plek van ruige natuur waar meer dieren dan mensen leven en waar het altijd waait. Dit boek voert de lezer mee langs de onmetelijke vlaktes en bergketens van zuidelijk Argentinië en Chili. Het is niet alleen een reisverhaal, maar bovenal een verhaal over ontmoetingen tussen mensen. Medereizigers, gaucho’s, een bijna uitgestorven indianenstam, ieder met zijn eigen verhaal. Geschreven met een observerende, soms wat cynische blik, met oog voor details.