De Schotse filosoof David Hume (1711-1776), die door zijn bewonderaars als de grootste van het Engelse taalgebied wordt geëerd, was 18 jaar oud toen hij dag na dag een geestelijke strijd registreerde rond het christelijke geloof dat hem van huis uit was bijgebracht. De uitkomst van deze strijd is ons in zoverre bekend dat hij dit geloof verloor. Voor het overige weten we over het keerpunt niets, daar de auteur het document dat ons hier had kunnen bijlichten na een verblijf van 22 jaar in de kast prijsgaf aan de vlammen. Voor de filosoof die al zeven jaar na het keerpunt de eerste van de 621 pagina's schreef van zijn hoofdwerk A Treatise of Human Nature en die zich naderhand bewees als onder andere een opmerkelijk psycholoog van de godsdienst, kan echter deze persoonlijke achtergrond niet zonder betekenis zijn geweest. Dit essay van de kunsthistoricus en essayist Hans Sizoo waagt een hypothese daarover en het stelt een vraag naar mogelijke sporen van de door hem veronderstelde