In onze post-christelijke samenleving worden godsdienst en levensbeschouwing nauwelijks nog met gezag overgeleverd. Dat geeft een grote ruimte om open van God te denken en te spreken, maar dan zijn er natuurlijk ook voorstellingen nodig die het overdenken waard zijn. Het oude cliché van God als een persoon, die vanuit de hemel alles bekijkt en beschikt, leeft niet meer. Daarom worden in dit boek drie manieren beschreven waarop nog wel van God gedacht kan worden. In drie delen wordt het gedachtegoed behandeld van Plotinus (204-270), een platonistische filosoof die grote invloed uitoefende op Augustinus, van de Duitse dichter Rilke (1875-1926), die in zijn vroege werk veel over God schreef, en van de joodse filosoof Hans Jonas (1903-1993), die zich na een lange carrière richtte op de vraag naar God. In de filosofie van Plotinus wordt God beschreven als het Ene, onkenbaar en boven het bestaan verheven, aan wie alle dingen deelhebben. De weg naar God is daarom geen weg naar buiten, maar