De Twentse bouwmeester en regionalist Jan Jans, geboren te Almelo (1893-1963), raakte tussen 1935 en 1963 in de ban van de mysterieuze gevel- en stiepeltekens, die voorkomen bij traditionele boerderijen in Twente, Salland en de Gelderse Achterhoek. Het gaat om afweertekens, die de openingen van het huis moeten beschermen tegen kwade invloeden en ongure elementen. De boerentimmerman, die ook het huis ontwierp en uitvoerde, leefde zich uit in deze bloeiers van de inheemse volkskunst, die telkens een sierelement vormden, maar ook een geestelijke achtergrond hadden.Jan Jans legde in potlood de meest kenmerkende uitingen vast, ook in de Graafschap Bentheim en westelijk Munsterland. De collectie spiegelt sterk de traditionele waarden van een tot verdwijnen gedoemde boerencultuur. Het is een moeilijk te vatten zaak, dat eenvoudige boeren en boerentimmerlieden zo kunstzinnig en zuiver hun eigen wezenskenmerken en geloofsovertuiging in zinvolle symbolen op en aan hun huis hebben kunnen