Van 1930 tot 1961 heerste er in de Dominicaanse Republiek onder Rafael Leónidas Trujillo een dictatuur van de ergste soort. In Het feest van de Bok brengt Mario Vargas Llosa dat tijdperk en de nasleep ervan tot leven. Een van de hoofdpersonen is Urania Cabral, een vrouw die na vijfendertig jaar afwezigheid terugkeert naar haar vaderland om haar door een beroerte getroffen vader, jarenlang een van de marionetten van Trujillo, te confronteren met zijn duistere verleden. Haar monologen en de schokkende onthulling aan het eind van de roman vormen een huiveringwekkend relaas van het morele verval van een samenleving. Een andere hoofdpersoon is Trujillo zelf, die de lezer een niets verbloemend inzicht biedt in de absurde manipulaties van een alleenheerser. Het feest van de Bok is een felle aanklacht tegen de ziekelijke, meedogenloze mechanismen van de macht.