Nederland stond aan het eind van de 19de eeuw in het teken van de vooruitgang. Spoorlijnen, nieuwe wegen, elektriciteitsvoorzieningen en reclame-uitingen eisten echter hun tol. De ontmanteling van vestingsteden, afbraak in historische stadskernen, demping van grachten en grootschalige nieuwbouwprojecten wekten afschuw op bij een aantal Nederlanders dat de schoonheid van het land wilde behouden. Met dat doel werd in 1911 de Bond Heemschut opgericht. Heemschut hield zich eerst vooral bezig met adviseren over aangepaste nieuwbouw, maar na verloop van tijd kwam ook het beschermen van erfgoed en cultuurlandschap in beeld. In Het Gelijk van Heemschut een bloemlezing van een eeuw Erfgoedvereniging Heemschut.