Het paviljoen van de vergeten concubines, een roman in brieven, spelend in China aan het eind van de 18de eeuw, belichaamt een tragisch treffen tussen Oost en West. De Britse gezant Macartney weigert in 1792 om voor de keizer neer te knielen en krijgt vervolgens nul op het rekest om handel te drijven. Voor deze inbreuk op de etiquette wordt de tolk gestraft. Die tolk is Vrouwe Cao, verwante van - en in haar jonge jaren minnares van - de overleden auteur Cao Xueqin (1715-1763), wiens meesterwerk Droom van de Rode Kamer net voor het eerst in druk is verschenen: een roman waarnaar door velen is uitgezien en die gretig aftrek vindt. Het Hof is hierover verontrust, het vreest onlusten, en die vrees is niet ongegrond: het regime is door en door corrupt en perst arme boeren uit. De oppercensor legt zijn functie neer en sluit zich aan bij de rebellen. Vrouwe Cao wordt boegbeeld van het Mingloyalisme, een beweging onder geletterden die de zittende dynastie weg wil hebben. De machtigste man in