Francis Orne woont met zijn ouders op een appartement in een huis dat in vroegere tijden een statig landhuis was. Ondertussen is de stad opgerukt en het familiegoed is verworden tot een vervallen appartementsgebouw dat nu in het midden van een verkeerseiland ligt en bewoond wordt door een aantal excentriekelingen. Ook Francis is een zonderlinge figuur: hij werkt als 'levend standbeeld' en raakt nooit iets aan zonder zijn witte handschoenen. In zijn vrije tijd verzamelt hij gestolen objecten voor zijn verborgen museum in de kelder van het gebouw. Deze routine wordt verstoord door de komst van een nieuwe bewoonster die halfblind is. Wanneer de aanvankelijke vijandschap tegenover dit vreemde element overwonnen wordt, krijgen de andere bewoners sympathie met haar, maar Francis is bang dat ze hem confronteert met zijn verleden en met het mysterieuze laatste object van zijn verborgen museum.