Het vak geschiedenis bestudeert een werkelijkheid die niet meer bestaat. Wie kennis over het verleden wil vergaren, is aangewezen op overblijfselen van menselijke activiteiten. Bij het interpreteren van die overblijfselen moet recht worden gedaan aan het verleden. Dat wil zeggen dat mensen uit andere tijdperken in hun waarde worden gelaten en niet op basis van moderne, eigentijdse denkbeelden als 'achterlijk' of 'onwetend' worden weggezet. Dit besef van tijdsverschil ligt aan de basis van de wijze waarop de historicus denkt en redeneert. Het maakt het verschil tussen geschiedenis en andere sociale wetenschappen. < > < >In 'Historisch denken. Basisboek voor de vakdocent' worden de aspecten van historisch denken en redeneren op overzichtelijke en heldere wijze besproken. In het voortgezet onderwijs maken deze aspecten deel uit van het eindexamenprogramma geschiedenis. Daarom is deze uitgave een onmisbaar studieboek voor de toekomstige geschiedenisleraar en een handig naslagwerk voor de