De tien verhalen van 'il faut manger' beschrijven onder andere een leraar met burn-out, een jongen met vier kilo weed op zolder, een schnabbelende raver en drummer acteur-beeldhouwer Guido, wiens familiekiekjes alleen maar in het roddelblad mogen als ze vergezeld zijn van de titel "Mijn familie mag geen publiek bezit worden". Onovertroffen is Olyslaegers' meedogenloze weergave van alledaagse dialogen-met-een-weerhaakje en zijn visie op Vlaanderen anno nu. Alles staat er nog, de meubels zijn gered en er is niemand die zich nog afvraagt hoe het feestje precies is afgelopen. Dit moeten de weemoedige jaren negentig zijn: hels, compact, en om te lachen. Het opneningsverhaal 'hole' noemde Johan Vandenbroucke in de Morgen "fragmentarisch en beeldrijk (...) een haast perverse, flitsende tekst vol theater en seks".