In "Illusie en Werkelijkheid" houdt J.J. van der Leeuw een onvermoeibaar pleidooi voor de filosofie van de ervaring. Deze filosofie gaat niet uit van een theoretisch model van de werkelijkheid, maar van het subjectieve principe 'dit heb ik gezien, dus weet ik.' De grote drijfveer achter de filosofie van de ervaring behoort, naast oprechte verwondering, een verlangen te zijn om de wezenlijke aard van onze wereld te leren kennen. Dit verlangen naar waarheid is een heilige aspiratie. Van der Leeuw beschrijft in 11 hoofdstukken de illusies waarmee de mens te maken heeft in zijn kijk op en in zijn worsteling met de wereld, op zoek naar waarheid. Het is duidelijk dat de wereld die hij waarneemt niet de wereld is, maar zijn wereld, door hemzelf geschapen. De werkelijke wereld kan pas worden gekend als de mens al zijn illusies en denkbeelden heeft overwonnen. In menig opzicht sluit Van der Leeuws benaderingswijze aan op de visie zoals uitgedragen door Jiddu Krishnamurti, met wie de auteur van