"In deel I van dit werk werd een theoretisch kader ontworpen dat ons in staat moet stellen het Westers, Chinees en Indisch denken met elkaar te vergelijken. In deel II werd dit model toegepast op bestaande levensvisies, respectievelijk gefundeerd op naturaliteit, rationaliteit en mysticiteit. Daarmee blijft het model zelf nog statisch. In deel III stellen we daarom de vraag naar de interne dynamiek van een dergelijk model. Deel IIIA beperkt zich tot een onderzoek naar de zes mogelijke relaties die natuur, ratio en mystieke ervaring in de praktijk met elkaar verbinden. Dit komt neer op een bezinning op de relatie tussen wetenschap, Zen en theologie. De relatie natuur-wetenschap leidt tot de vraag naar de betekenis van de experimentele wetenschap en de technologie. De relatie natuur-mystiek heeft vooral betrekking op Zen. De relatie rationaliteit-mystiek is in feite van grote complexiteit en omvat dan ook het grootste deel van dit boek. De betekenis van de relatie tussen mystiek en