In de periode die volgde op de Reformatie waren er vele theologen die de gereformeerde theologie verder doordachten en ontwikkelden. Diverse universiteiten wei, den in die periode gesticht, waar de gereformeerde theologie op academisch niveau beoefend werd. Universitaire theologen als Casbertus Voetjus (1589- 1676) te Utrecht leidden een hele generatie predikanten op en hadden derhalve een ,grote invloed.De scholastieke wijze waarop deze theologen hun colleges en hun dogmatische werken gestalte gaven, heeft desondanks in later tijd weinig aandacht en waardering gekregen. In deze Inleiding in de Gereformeerde Scholastiek geven de auteurs deze wijze van theologie bedrijven de aandacht die haar toekomt. Naast een behandeling van het gebruikte methodisch instrumentarium en de ontwikkeling daarvan bieden zij een overzicht van de belangrijkste opinies waarmee de gereformeerde theologen te maken hadden, zoals het arminianisme en het socianisme. Verder gaan zij in op de vraag of en hoe een