Steeds meer mensen worden geconfronteerd met en maken gebruik van het toenemende aanbod van medische technologie op het gebied van de voortplanting en zwangerschap. De voortplantingstechnologie geeft telkens opnieuw aanleiding tot ethische, maatschappelijke en psychologische vragen. In Het kind van morgen wordt aan de hand van verschillende studies een beeld geschetst van de feitelijke ontwikkelingen. Het gaat enerzijds om kinderen die geboren zijn dankzij deze technieken: gaat het wel goed met hen? Anderzijds gaat het om de paren die van IVF, KID, ICSi of prenatale diagnostiek gebruik maken: waarom doen ze dat en wat betekent dat voor hen? Hoe belangrijk is het krijgen van een gezond kind en voor welke keuzes komen paren die aangewezen zijn op voortplantingstechnieken, te staan?