Omwille van de levenskracht van de theologie die ten dienste van de samenleving staat, is een joods-christelijk leergesprek hoogstnoodzakelijk. Dit leergesprek is volgens de schrijver gevoerd door de joodse godsdienstwijsgeer F. Rosenzweig (1886-1929) en de christen-theoloog K.H. Miskotte (1899-1976). In 192O nam Rosenzweig het initiatief tot het oprichten van 'Das Freie Jüdische Lehrhaus' in Frankfurt. Hij gaf hiermee een volstrekt nieuwe impuls aan het leerhuis, omdat hij het lernen vernieuwde vanuit het nihilisme en atheïsme. Vanwege het onderwerp, een oriëntatie op noodzaak en methode van het lehren en lernen, is de studie in een dialogische structuur gezet. Elke volgende denkpas begint vanuit een atheïstische vraag van voornamelijk F. Nietzsche. De vragen van de schrijver zijn verstrengeld in de dialoog Rosenzweig-Miskotte, tegen de achtergrond van Karl Barths dialectische theologie. Deze dialoog biedt een weids perspectief voor de deelnemers aan het leergesprek, waarvan men