Meneer Songe, een oudere heer die na zijn pensioen in de Midi is gaan wonen, noteert dagelijks zijn overpeinzingen en belevenissen. Hij heeft het over zijn haat-liefdeverhouding met zijn huishoudster Sosie, over zijn innige gevoelens voor zijn nicht Siso, maar vooral over zijn strijd tegen de ouderdom: zijn schrijvend alter ego doet heroïsche, soms potsierlijke pogingen om zich tegen de aftakeling teweer te stellen.Twintig jaar lang krabbelde Robert Pinget (1919-1997) naast zijn werk, ter verstrooiing, de verhaaltjes van Meneer Songe neer. In dit verkapte zelfportret, verschenen in 1982, schetst hij op mild-ironische toon een indringend beeld van de afbrokkelende denkwereld van veel ouderen.