Salvador Dalí (1904-1989) was een veelzijdig kunstenaar: schilder, ontwerper, cineast en schrijver van briljante teksten. Dit jeugddagboek, geschreven toen Dalí rond de zestien jaar oud was, vormen de fascinerende eerste literaire vingeroefeningen van een genie dat zijn hele leven op zoek is geweest naar zijn autobiografie. Waar te nemen valt hoe Dalí in zijn jonge jaren al werd gegrepen door bepaalde thema's en obsessies die in zijn latere werk zouden terugkeren. De adolescente Dalí schetst in dit dagboek het innerlijk panorama van een ontluikend genie waarin observaties van zijn 'petit monde' en de grote wereld elkaar met grote ongedwongenheid afwisselen; een uitgebalanceerde mengeling van naïviteit en rijpe geest die de lezer met een vlotte pen meevoert van het Rode Leger naar algebra-sommen, van rellen in de Kamer van Afgevaardigden naar zijn verliefdheid op Carme, van het fusilleren van anarchisten naar de melancholie van het avondrood. Het manuscript van dit dagboek werd