Al vanaf het begin in 1943 is het Ajax-stadion bijzonder geweest. De verwezenlijking ervan had heel wat voeten in de aarde; het was crisistijd en ook bij Ajax had men het niet breed. Na veel passen en meten (en lenen!) kreeg Ajax-lid en architect Daan Roodenburgh de opdracht om een nieuw stadion voor de eerste klasser te bouwen. Volgens Roodenburgh moest het stadion niet zozeer groots en vernieuwend worden, maar eerder een praktisch en knus onderkomen voor de Ajax-familie. Roodenburgh bouwde een vooral uit beton en baksteen opgetrokken stadion op de plaats waar Hoeve Voorland had gestaan. Zoveel mogelijk natuur moest gespaard worden. Iedere boom die behouden kon worden, bleef staan, een groene oprijlaan leidde naar het stadion en de bijvelden werden omringd door heggen. Het Ajax-stadion zou zoals Roodenburgh dat in gedachten had, 'een mooi huis in een grote tuin' worden. 'Een mooi huis in een grote tuin' behandelt zoveel mogelijke facetten van ruim zestig jaar Ajax-stadion. Dit gebeurt