Handleiding met voorbeelden uit de jongste Nederlandstalige literatuur, bestemd voor leerlingen en studenten die zich voorbereiden op een examen of tentamen. Gekozen is voor analyses van de volgende prozawerken: De straat en het struikgewas (Armando) - Een duidelijk maar doodlopend spoor (Auwera) - Publiek geheim (Bernlef) - De zwaardvis (Claus) - Het beloofde land (Van Dis) - Schaduwbeeld of Het geheim van Appeltern (Haasse) - Brede heupen (Hemmerechts) - Een heilige van de horlogerie/Door gevaarlijke gekken omringd/Au pair (Hermans) - De voetnoot (Hotz) - De onmogelijke liefde (Kousbroek) - Een ongenode gast (Krol) - Terug naar Kongo (Joris) - Isabelle (De Loo) - De morgen loeit weer aan (Marugg) - Veranderlijk en wisselvallig (Meijsing) - Vlaanderen, ook een land (Michiels) - De elementen/De pupil (Mulisch) - Beminnen (Schouwenaars) - De overkant van de rivier (Siebelink) - Portret van mijn engel (Smabers) - Zuidland (Thomése)