Linnaeus heeft zijn leven lang geworsteld met de vraag naar het verband tussen het noodlot en de Voorzienigheid, tussen de ondoorgrondelijkheid van voor- en tegenspoed enerzijds, en het licht dat op het wereldgebeuren wordt geworpen door het christelijk geloof anderzijds. Uiteindelijk, zo concludeert hij, vloeien beide samen. Gods voorzienigheid en gerechtigheid uiten zich ook in de wisselvalligheden van het lot. Hij personifieert dit in de Griekse godin Nemesis, de wrekende gerechtigheid. Bijna veertig jaar heeft hij uit het leven van alledag voorvallen opgetekend, die zijn visie illustreren. Zo ontstond een op een verzameling curieuze en soms scabreuze anekdotes gebaseerde theodicee, een rechtvaardiging van Gods handelen in de geschiedenis. In deze Nederlandse uitgave wordt de tekst, die door Linnaeus ongeordend, op losse bladen, is nagelaten, voor het eerst op systematische wijze gepresenteerd, waardoor Linnaeus' bedoeling duidelijk wordt. Zweedse en Engelse edities van dit boek