In de negentiende en twintigste eeuw verrezen tot in de verste uithoeken van Nederland veel nieuwe kerken en kerkjes of werden bestaande uitgebreid. Achter deze bouwlust stak niet alleen de wens om met het evangelie present te zijn overal waar mensen wonen, maar ook de concurrentie tussen katholieken en protestanten onderling. Samen vormen de kerkgebouwen en evangelisatielokalen een geschiedenis in steen, waarin naast kerkelijke, ook culturele, economische en demografische ontwikkelingen zichtbaar zijn. De laatste twee eeuwen van protestantse kerkbouw in Nederlandse ruimte zijn nog nooit als een samenhangend geheel beschreven. Het tiende Jaarboek voor de geschiedenis van het Nederlands Protestantisme brengt een aantal aspecten van de genoemde ontwikkelingen in kaart.