De roman Sarah de Zwarte Madonna speelt zich grotendeels af in een denkbeeldig dorp in Midden-Limburg, tijdens de Tweede Wereldoorlog. De personages zijn fictief met uitzondering van 'Meneer T', de codenaam van de vader van de auteur Jacques Thönissen. Gedurende de bezetting wist hij, als hoofd arbeidsbemiddeling van het Arbeidsbureau in Roermond, voor honderden landgenoten tewerkstelling in Duitsland te voorkomen. Ook slaagde hij erin enkele zigeunerfamilies uit de handen van de beruchte Grüne Polizei te houden. Voor zijn verdiensten in het verzet is hem het Verzetsherdenkingskruis toegekend. Een van de hoofdpersonen in de roman is het zigeunermeisje Vladja. Zij staat symbool voor de meer dan een miljoen zigeuners die tijdens de oorlog in vernietigingskampen of bij razzia's zijn omgebracht. Opmerkelijk is dat in het gruwelverhaal van de holocaust de genocide op de zigeuners nauwelijks belicht wordt. Jacques Thönissen in zijn Voorwoord bij deze roman: 'Na de oorlog werd de staat