Deze herdruk van het in 1973 uitgegeven 'Tau; omzwervingen in het Oude China' (*), is zowel te lezen als een diepzinnig reisverslag, als als een beschrijvende filosofische uiteenzetting van de tao. Bijzonder is, dat de auteur de taoïstische kloosters en kluizenaars bezocht in de tijd (1930-1947) vóór de culturele revolutie in China. Hierdoor krijgt de lezer een waarachtig beeld van de oorspronkelijke taoïst: vrijheidslievend, non-conformistisch, excentriek en levend vanuit een grote natuurlijke vanzelfsprekendheid. Gaandeweg ontpopt zich een idee van het samensmelten van door taoïsten beoogde 'onsterfelijkheid', die Hereniging met de Bron mogelijk maakt. Geen eenvoudige kost, mede door de wat ouderwetse gedragen taal, maar goed leesbaar voor hen die enige bekendheid hebben met het oorspronkelijk taoïsme. Bevat enkele kleine zwart-wittekeningen en een voorwoord door de uitgever dat het boek in zijn context plaatst. Lichtoranje omslag met een Chinese afbeelding van een landschap.