Plato stond op de grens van een schriftloze en geletterde cultuur. Hij laat Socrates het schrift nog openlijk wantrouwen. Tweeënhalfduizend jaar later verkeren wij opnieuw in een overgangstijd, dit keer tussen een geletterde en een digitale cultuur. De tijd heeft het lezen niet ongemoeid gelaten, het is door de eeuwen heen niet aan zichzelf gelijk gebleven en zal daarom ook in de toekomst onherroepelijk veranderen. Maar de literaire verbeelding is taai, zij houdt ons vanaf de vroege mythe tot de cyberliteratuur van de toekomst in haar ban. Zingeving door middel van het woord zit ons in het bloed. Tussen taal, werkelijkheid en verbeelding bestaat een innige band. In de loop der eeuwen is die band van karakter veranderd; de mondelinge overlevering, het handschrift, de boekdrukkunst en de computer hebben elk hun stempel gezet op de manier waarop de lezende mens de wereld verbeeldt; waar aspecten verloren gingen, kwamen nieuwe mogelijkheden daarvoor in de plaats. Tijd van lezen bevat een