Deze rijk geïllustreerde bundel 'beeldverhalen' gaat over het kijken naar beeldende kunst en fotografie. Op alle mogelijke manieren - vertellend, essayerend en zelfs dichtend - beschrijft Jacq Vogelaar wat het zien van bepaalde beelden in hem oproept. Ze vertelt hij, als hij over schilders en hun werk schrijft, vooral hoe hij de schilderijen onderging: op een grote tentoonstelling (Francis Bacon) of tijdens bezoeken aan het atelier (Hans Giessen). En zo heeft hij verhalen geschreven bij foto's, strips, damesbladreclames, en werk van Ossip, Westerik, Barucchello en Carpaccio. Misschien zou je zelfs beter kunnen zeggen: ertegenaan, of: erop (te vergelijken met 'op de muziek van...')