Naast een hele reeks vertalingen in boekvorm (o.m. de Oden van Pindaros en epigrammen uit de Anthologia Graeca, het Lied van de Moezel van Ausonius en het Pervigilium Veneris, fabels van Leonardo da Vinci en Leon Battista Alberti, kunstbrieven van Aretino en een kruisweg van Mario Luzi) publiceerde Patrick Lateur ook tal van vertalingen van fragmenten en verzen van antieke en moderne dichters in bladen, tijdschriften en bloemlezingen. Naar aanleiding van zijn 60ste verjaardag worden ze hier gebundeld in chronologische volgorde. Lucretius heeft weinig te maken met Franciscus van Assisi, Ambrosius en Emile Verhaeren staan ver van elkaar, en tussen Lord Byron en Ungaretti ligt een wereld van verschil. Maar de vierentwintig dichters vormen hier een koor van stemmen die over zowat vierentwintig eeuwen heen in vele toonaarden de mens van alle tijden uitzingen. De keuze van de dichters, soms ingegeven door een of andere opdracht, zegt veel over de accenten die de vertaler legt binnen zijn