Een ietwat romantische titel. Dat verwacht je niet zo dadelijk van Lucas Catherine. Die houdt zich met Arabieren bezig en met hun koloniale geschiedenis. Vooral dan die van Palestina. En nu heeft hij het over oude tot zeer oude ‘curieuze reisverhalen’. Twee Haagse upper-class dames, moeder en dochter Tine, in het Zuiden van Soedan, midden negentiende eeuw, bij de bronnen van de Nijl. Twee Brabanders in Kongo, eentje toen Leopold II daar net actief werd, en eentje die driehonderd jaar voor hem daar al ivoor ging halen: Jerome Becker en Pieter Van den Broecke. Beiden kregen al dan niet gewild lokaal vrouwelijk schoon aangeboden. Leopold zelf dan, toen hij nog geen kolonie had, en daar in 1860 hopeloos naar op zoek ging in Istanboel. Hij misdroeg zich niet alleen in Kongo, maar kon ook bij de Turken zijn handen niet thuis houden. En een Franstalige Limburgse dichteres – bestaat dat? – die haar inspiratie in de jaren 1970 haalde bij de Palestijnse fedayin.