Deze aflevering van het Woordenboek van de Brabantse Dialecten vormt het sluitstuk van de eerste sectie van de Algemene Woordenschat: de mens. Na het menselijk lichaam, bewegingen en ziekten en de kleding wordt hier de woordenschat rond het thema Karakter en gevoelens behandeld. De aflevering is onderverdeeld in 4 paragrafen: denkvermogen en geheugen, aanleg en karakter, gevoelens en gedrag. Omdat de begrippen in deze aflevering vaak heel moeilijk tegenover elkaar afgebakend konden worden, wordt in de inleiding deze indeling uitgebreid verantwoord.Van de ongeveer 425 begrippen waarvan de benamingen in de dialecten van Noord-Brabant, Antwerpen en Vlaams-Brabant worden beschreven, zijn er 228 voorzien van een taalkaart, die inzicht in de ruimtelijke verspreiding van de trefwoorden (vernederlandste dialecttermen) over de drie provincies geeft. Alle begrippen (lemmatitels), trefwoorden en lexicale varianten (van het Nederlands afwijkende woordbeelden onder dezelfde etymologische paraplu