In het midden van de twaalfde eeuw werd in Gent de Ysengrimus geschreven, het oudste dierenepos van de Middeleeuwen. In dit satirische werk wordt de hoofdrol gespeeld door de wolf Isengrim, die afwisselend als schijnheilige monnik, abt en bisschop wordt voorgesteld. In de spiegelwereld van het dierenepos verbeeldt de wolf hebzuchtige geestelijken die als slechte herders hun kudde op nietsontziende wijze uitbuiten. Door handig op Isengrims vraatzucht in te spelen weten de andere dieren, met Reinaert de vos voorop, de rollen echter om te draaien zodat Isengrim zelf het slachtoffer wordt van zijn boosaardigheid; zo wordt hij verschillende keren in elkaar geslagen, gevild, van zijn staart en een poot beroofd, om in een apocalyptische finale door een kudde varkens te worden verslonden.Het verhaal speelt zich grotendeels in een fictieve wereld af, maar er zijn ook vele verwijzingen naar historische personen en gebeurtenissen, zoals de abt van de abdij van Egmond, de paus, Bernardus van