'Wat heb je een rare opgewonden kop, Rem. Wat is er gebeurd?' 'Ik kom net van het terras van het café om de hoek en daar zag ik er binnen een kwartier wel tien langskomen. Het was een heerlijk gezicht.' 'Wat zag je langskomen?' 'Zwarte jurkjes met vrouwen erin, Co. O, wat was dat prachtig. Ik ga even een koude douche nemen.' In DE ZOMER VAN DE ZWARTE JURKJES, een bundeling van nieuwe verhalen en columns van Remco Campert, treedt de schrijver regelmatig met zichzelf in gesprek. De dialogen die dan ontstaan zijn humoristisch en verraden altijd een scherpzinnig commentaar op dagelijkse strubbelingen. 'Rem, sta stil. Wil je me niet meer kennen?' 'Sorry Co, ik kan niet stilstaan. Ben bezig met rookexperiment. Gedreven door schuldgevoelens jegens niet-rokers. Ren eindje met me mee. Sigaret?' 'Wat straal je een ongewone plechtigheid uit, Rem. Maar ook iets hypocriets. En iets masochistisch, maar toch ook weer fier. Zo kijk je meestal niet. Is er iets?' 'Neem me niet kwalijk dat ik er zo