Het is geen hartverwarmend parabel van een schoolvriendschap, deze roman van Giorgio Bassani, geen beschrijving van nobele zelfopoffering en overschrijding der scheidslijnen van klasse en ras. Het is veeleer een verhaal over eenzaamheid en afwijzing en zelfontluistering. De hoofdpersoon, een jongen in zijn puberjaren, probeert contact te leggen met leeftijdgenoten in zijn klas, maar de (vermeend?) weerstand van de anderen, zijn wantrouwen, de ontluikende seksuele gevoelens die hem verwarren, vormen een onoverkomelijke hindernis. De laatste hoop die hij koestert wordt op bijna groteske wijze beschaamd.