Gaat deze poëzie over splinters Curaçaose werkelijkheid? Of mag de liefhebber van gedichten ze zien als één grote beeldspraak? Bijna in parlandostijl, beeldend en soms doordrenkt van een Marsmanniaanse bezieling, lokt Diana Lebacs de lezer haar taallabyrint binnen. Een poëzie rijk aan contrasten, tegenstellingen en paradoxen. Bedient zij zich het ene moment van spreektaal, het andere moment trekt zij in een dwingend ritme, met herhalingen de aandacht. In bondige versregels geeft zij haar observaties vorm, brengt zij liefde, dood, vrijheid en afscheid op de pagina tot leven. Treedt zij in de eerste cyclus, Onder de waterlijn, naar buiten met intense expressie, in de tweede cyclus, Voorbij de waterlijn, keert zij in, wordt meditatief. Deze tweetalige bundel (Papiaments-Nederlands ), die leest als het spiegelbeeld van Lebacs dichterlijke binnenwereld, is haar poëziedebuut. Diana Lebacs (Curaçao) speelt een belangrijke rol bij de groei van de Nederlands-Antilliaanse jeugdliteratuur