Deze filosofische klassieker uit 1989, met een uitgebreide inleiding van Joep Dohmen, is een indrukwekkende zoektocht naar de 'bronnen van het zelf'. Charles Taylor beschrijft de ontstaansgeschiedenis van de moderne identiteit aan de hand van denkers als Augustinus, Descartes en Montaigne die hebben gepleit voor zelfonderzoek en verinnerlijking. Door zijn unieke ideeënhistorische benadering ' welke ideeën inspireerden mensen om te doen wat ze deden ' komt Taylor tot een visie op het zelf die veel rijker is dan de in het moderne denken verankerde opvatting dat de mens eerst en vooral een autonoom subject zijn.