Al tientallen jaren is Nederland de toonaangevende natie in de schaatswereld. Wat begon met het wereldkampioenschap van Henk van der Grift (1961) is zo langzamerhand uitgegroeid tot een heerschappij op bijna alle disciplines in het langebaanschaatsen. Vaak hebben de Nederlanders vooropgelopen bij de ontwikkelingen in deze tak van sport. Meest recente voorbeelden hiervan zijn natuurlijk de klapschaats en de toepassing van de strips. De enorme belangstelling voor het schaatsen binnen Nederland stimuleert deze ontwikkeling. En deze belangstelling neemt nog steeds toe. Ieder jaar trekken duizenden mensen naar de verschillende kunstijsbanen verspreid over het land. Elke ijsbaanbezoeker heeft zichzelf wel een doel gesteld. De één wil zich voorbereiden op een eventuele toertocht op natuurijs, de ander gaat voor het eerst het ijs op om te leren schaatsen. Sommigen zien het puur als liefhebberij of tijdverdrijf, terwijl anderen fanatiek met de wedstrijdsport bezig zijn. Velen hebben behoefte