Dit schitterende naslagwerk laat voor het eerst zien hoe bijbelse verhalen en thema's weerklank vinden in de kunsten van de twintigste (en vroeg-eenentwintigste) eeuw. Verrassend genoeg hebben gedurende die turbulente twintigste eeuw beeldend kunstenaars, filmregisseurs, componisten, popartiesten, schrijvers, dichters en theatermakers de Bijbel blijvend in allerlei toonaarden in hun werk laten spreken: van traditioneel en gelovig tot ironisch en provocerend. Bijzonder in dit rijk geïllustreerde lees- en bladerboek is dat de focus op kunst na 1900 ligt. Nieuw is bovendien dat het verschillende genres samenbrengt: beeldende kunst, film, theater, muziek (modern-klassiek en pop) en literatuur. Dit levert verrassende dwarsverbindingen en doorkijkjes op: via het theater beland je bij de muziek en een popsong zet je op het spoor van een filmmaker. De Bijbel cultureel geeft een overrompelende dwarsdoorsnede die duidelijk maakt dat het bijbels erfgoed niet weg te denken is uit de kunstzinnige