Geen stad bezit zo'n raadselachtige verhouding tot beeldende kunst als Haarlem. Hoewel de Haarlemse bevolking voor uitgesproken kunstvijandig doorging, heeft de stad in het begin van de twintigste eeuw opvallend veel kunstenaars en kunstnijveraars van naam voortgebracht, zoals Mari Andriessen, Willem Bogtman, Otto de Kat, Herman Kruyder, Jan Bronner, Hendrik van den Eijnde en Kees Verwey. Ondanks de reputatie van haar bevolking kende Haarlem een levendige kunstwereld. De stad telde musea, kunstverenigingen en verder het Museum en de School voor Kunstnijverheid, die een belangrijke bijdrage leverden aan de moderne kunstnijverheid.Dit boek is een cultuurgeschiedschrijving van de Haarlemse kunstenaarswereld in de eerste decennia van de twintigste eeuw. Het beschrijft waarom kunstenaars naar Haarlem kwamen, waarom ze er bleven, wat ze er deden, wie ze er ontmoetten en waar ze exposeerden. Het schetst een fascinerend beeld van de Haarlemse kunst en kunstnijverheid, waarin vooruitstrevende