De overgang van de collegebanken in de stad Groningen naar het dorpsleven van zijn eerste gemeente betekent voor de jonge predikant Jean Paul Valois een confrontatie met de harde werkelijkheid van alle dag. Onervaren, soms gekweld door innerlijke twijfel, wordt hij als dominee betrokken bij diverse dorpsintriges. Tegen de achtergrond van het lieflijke landschap van de Hoeksche Waard, ontwikkelt zich het verhaal van deze jonge dominee, waarin gekonkel en moord maar ook geloof, liefde en vriendschap een belangrijke rol spelen.