In het eerste deel van De Oude Geschiedenis van de Joden komt de periode van de Schepping tot aan de dood van koning David aan de orde. Het is geen wetenschappelijke geschiedschrijving naar moderne maatstaven, het is veeleer een bewerking van de verhalen van het Oude Testament. Josephus heeft die verhalen voor niet-Joodse lezers toegankelijk willen maken. Daarin is hij geslaagd, en dat is al reden genoeg om zijn werk te laten voortleven. Ontdaan van hun zo plechtstatige 'kanseltaal' geven die verhalen in zijn bewerking en in het commentaar dat hij erbij levert, een meeslepend en tegelijk herkenbaar beeld van wat voor een gelovige Jood als Josephus gold als de historische waarheid. Het tweede deel van De Oude Geschiedenis van de Joden bestrijkt de periode van Salomo tot de vooravond van de Romeinse interventie in Palestina. De eerste helft is Josephus' bewerking van de 'historische' bijbelboeken. Aan de orde komen de telkens terugkerende botsingen tussen koningen en profeten, het einde