Na de Japanse capitulatie was de oorlog voor Nederlandse burgers op Java nog niet afgelopen. De Indonesiërs wilden onafhankelijk zijn en vooral de jeugd verzette zich fel tegen terugkeer van het koloniale bestuur. Tijdens de zich ontwikkelende revolutie werden in de laatste maanden van 1945 ca. 46.000 Nederlandse burgers (voornamelijk Indo-Europeanen) ondergebracht in zogenaamde republikeinse kampen in de binnenlanden van Java en Madoera. Afhankelijk van hun evacuatie verbleven zij daar drie tot negentien maanden (tot 30 mei 1947). Volgens de Indonesiërs ging het om beschermingskampen. De Nederlands-Indische autoriteiten zelf spraken over gijzeling en gijzelaars.In het kader van de uitvoering van de Wubo (Wet Uitkeringen Burger-Oorlogsslachtoffers 1940-1945) sprak de auteur in de periode 1989 tot 1992 met tientallen ex-geïnterneerden. Onder de indruk van hun levensverhalen besloot zij de geschiedenis van de kampen in beeld te brengen. Aangezien bij deze kampen Nederlanders, Britten