De vatenman schetst het leven van een van de kleurrijkste ondernemers en filantropen die Nederland gekend heeft. Bernard van Leer, het prototype van de self made man, bouwde na de Eerste Wereldoorlog een wereldwijde onderneming in stalen vaten op. Daarbij paarde hij een bikkelhard koopmanschap en een tomeloze energie aan een feilloze intuïtie en een groot gevoel voor publiciteit en show. Naast vatenfabrieken, een walserij en een handelshuis bezat hij in 1940 ook een demontabel privécircus en een stal kostbare, door hemzelf gedresseerde paarden. Een jaar na het uitbreken van de oorlog gaven de Duitsers hem (als jood) toestemming om Nederland te verlaten, onder voorwaarde dat hij al zijn bezittingen zou verkopen. Zij aasden al vanaf de bezetting op zijn bedrijven en kochten grote hoeveelheden vaten bij hem. Zijn reis naar Amerika in juni 1941 past zo in een film. Hij vertrok per trein naar Spanje - met een handjevol mensen, zijn circus en negentien paarden - en vervolgens per boot