De kroonprins is wel degelijk van plan zich aan het Vaderland te wijden, maar als eerste taak ziet hij toch het plaatsen, na een voorzet op maat, van een perfecte kopbal in de bovenhoek. Zijn moeder, de koningin, is het daar ernstig mee oneens en zijn grootvader vindt dat de jongen beter met echte kogels kan leren schieten. De prins zet door en hij wordt aanvoerder van het wonderlijkste elftal van het Vaderland. Sommige tegenstanders grijpen naar vreselijke middelen en zo komt hij in een angstig avontuur terecht. Met het beetje geluk dat de goede spits verdient en een historisch jachtgeweer van opa weet hij de schurken goed partij te geven. En het prinsesje is ook heel mooi.